You are here: Home Cat. nr. 42
Document Actions

Cat. nr. 42

Atelier Gerard van Honthorst
(Utrecht 1592 – 1656 Utrecht)

Portret van Amalia van Solms als weduwe met schedel [ca. 1650]


cat.nr. 042_0000372050.jpg


Paneel, 85 x 83 cm achthoekig (oorspronkelijk middenvak lantaarngewelf)
Van Gelder 1948/1949, nr. 40; Peter-Raupp 1980, nr. 34; Loonstra 1985, nr. 40; RGD 2001, nr. –; Van Eikema Hommes en Kolfin 2013, nr. XLII


1. Beschrijving
Amalia van Solms is ten halve lijve naar links gewend afgebeeld. Zij draagt een zwarte jurk over een wit hemd met wijde mouwen. Haar hals is getooid met een parelketting en haar oorhangers bevatten elk een parel. Haar hoofd is bedekt met een dunne zwarte sluier, die afhangt tot over haar schouders. In haar handen houdt zij een schedel vast. Het licht valt van rechts en werpt links van haar een slagschaduw op de bruinige achtergrond. Op de achthoekige lijst om de voorstelling is een koord met krakelingvormige knopen, een zogenaamd weduwekoord, te zien.

2. Observaties en technische informatie
2.1. drager en grondering 
2.1.1. drager
Het achthoekige paneel bestaat uit drie planken en is omgeven door een uit acht segmenten opgebouwde houten lijst.

2.1.2. grondering
Eén enkele gronderingslaag die loodwit, omber, fijn zwart en zeer weinig fijn rood bevat (40/1, 40/2, 40/3. 40/4, 40/5). De grondering is dun aangebracht en alleen in de nerf van het hout gesmeerd, waardoor deze niet overal op het paneel aanwezig is (2001/10, 2001/11).

2.1.3. spanraam
niet van toepassing

2.1.4. de opspanning van het doek 
niet van toepassing

2.2. verflaag (Lidwien Speleers, Margriet van Eikema Hommes)
2.2.1. ondertekening en onderschildering
Er is geen ondertekening of onderschildering aangetroffen.

2.2.2. opmaak
De voorstelling is grotendeels in één schildersessie tot stand gekomen. De huidtinten bestaan uit een verflaag die uit loodwit, gele aarde en rood pigment (vermiljoen?) (40/3, 40/4, 40/5) bestaat waaraan plaatselijk, vooral in de halfschaduwen, wat azuriet (40/3, 40/5) en fijn zwart pigment (40/4, 40/5) is toegevoegd. In de halfschaduw van Amalia’s kin is ook een weinig fijn organisch rood bijgemengd dat in UV-licht een roze fluorescentie vertoont (40/5). Niet alleen aan de huidtinten, maar ook aan het blauwachtige wit van Amalia’s oogbollen is blauw pigment toegevoegd. De grijsgroene achtergrond bestaat, evenals het gelaat, uit een verflaag die is gemengd uit loodwit, azuriet, gele, oranje en bruine aarde, fijn zwart en vermiljoen (2001/10, 40/2).

2.2.3. veranderingen tijdens het ontstaansproces
niet waargenomen

2.2.4. verouderingsverschijnselen
niet gedocumenteerd 

2.3. signatuur en opschriften
2.3.1. signatuur
geen 

2.3.2. opschriften
geen 

2.3.3. opschriften met houtskool op het pleisterwerk in de Oranjezaal
niet van toepassing 

2.4. restauratie
2.4.1. onderzoeksgegevens restauratiegeschiedenis
niet onderzocht 

2.4.2. conditieopname voor de jongste behandeling
De verflaag is zeer sleets en zit vol met lacunes. 

2.4.3. jongste behandeling 
Verwijdering van oppervlaktevuil; verder niet gespecificeerd.
Restauratoren: AvG, EM; EvD (r.i.o.).

3. Documenten en bronnen
3.1. documenten en bronnen gerelateerd aan het ontstaan van het schilderij
3.1.1. geschreven bronnen
geen 

3.1.2. tekeningen, olieverfschetsen
geen 

4. Commentaar (Margriet van Eikema Hommes en Lidwien Speleers)1
Het achthoekige paneel met het Portret van Amalia van Solms als weduwe met schedel prijkte tot aan de laatste restauratie als sluitstuk bovenin de koepel van de lantaarn van de Oranjezaal. Vier putti in tegenlicht, die in de oplichtende hemel van het gewelf zweven, leken het portret bij de lijst vast te houden. Amalia gaat gekleed als weduwe in een zwarte jurk over een wit hemd met dunne zwarte sluier, die van haar hoofd afhangt, en een schedel in de handen. Op de vergulde lijst om het portret is een weduwekoord (cordelière) geschilderd. Dit van krakelingvormige knopen voorziene koord komen we ook in andere, na de dood van Frederik Hendrik voor Amalia vervaardigde voorwerpen tegen.2  Het gezicht van Amalia is gebaseerd op het door Gerard van Honthorst rond 1647 geschilderde groepsportret van het stadhouderlijk paar met hun drie jongste dochters ten voeten uit, hoewel haar gezicht in dit achthoekige portret voor de Oranjezaal iets langer is en haar trekken wat ouder (fig. 1).

cat_nr_42_fig_1.JPG
fig. 1. Gerard van Honthorst, Portret van Frederik Hendrik met zijn echtgenote Amalia van Solms met en hun drie jongste dochters Albertina Agnes (1634-1696), Henriette Catharina (1637-1708) en Maria (1642-1688), ca. 1647. Doek, 263,5 x 347,5 cm.
Rijksmuseum,  Amsterdam.


Toen het paneel tijdens de Tweede Wereldoorlog werd verwijderd om samen met de andere schilderijen van de Oranjezaal in veiligheid te worden gebracht, kwam er een eerder portret van Amalia onder tevoorschijn (cat. nr. 41). Deze beeltenis is met losse toets direct op de houten planken van de koepel geschilderd en toont Amalia met loshangend haar en gekleed in een sobere, laag uitgesneden grijze japon of hemd. Dit laatstgenoemde portret lijkt vervaardigd door (of onder de verantwoordelijkheid van) een van de vier kunstenaars die de koepel hebben beschilderd, vermoedelijk Pieter de Grebber.
In 1945 had Slothouwer de primeur van de ontdekking. Op grond van haar verschijning concludeerde hij dat Amalia ten tijde van het schilderen van dit portret de weduwestaat nog niet bereikt kon hebben.3  Na de dood van haar echtgenoot (14 maart 1647) zou de prinses deze beeltenis daarom hebben laten vervangen door een meer gepaste versie: het portret op paneel met de schedel. Slothouwers mening is sindsdien door veel auteurs overgenomen.4  We kunnen een datering vóór het overlijden van Frederik Hendrik echter zonder meer uitsluiten omdat uit een door Pieter Post opgestelde ‘Memory van de timmerage van haar Hoogh. lusthuys in ’t Bosch’, gedateerd 15 augustus 1647, blijkt dat de bouw van de koepel zelf pas op dat moment gereed kwam. Dit betekent dat Amalia ten tijde van de schildering op het hout van de koepel al weduwe was.

Naast de genoemde twee portretten bestaat er nog een derde portret van Amalia, thans in de collectie van de Gemäldegalerie te Berlijn, dat met de decoratie van de Oranjezaal in verband is gebracht. In het Berlijnse portret is Amalia vrijwel identiek afgebeeld als in het achthoekige paneel - haar gezichtsvormen zijn zelfs exact hetzelfde - maar in plaats van een schedel houdt zij een ovaal portretje van haar overleden echtgenoot vast (fig. 2).5  Het Berlijnse portret is eveneens op een achthoekig paneel geschilderd met praktisch dezelfde afmetingen, gesigneerd met ‘GHonthorst’ en gedateerd: 1650. Van Gelder, die als eerste het Berlijnse portret ter sprake bracht in verband met de Oranjezaal, meende dat het oorspronkelijk bestemd was geweest voor de koepel.6  Hij liet in het midden of het paneel er daadwerkelijk ooit gehangen heeft of niet. Hij opperde dat het, áls het er ooit hing, in de achttiende eeuw vervangen moet zijn door de versie met de schedel.

cat_nr_42_fig_2.jpg
fig. 2. Gerard van Honthorst, Portret van Amalia van Solms als weduwe, 1650. Paneel, 85 x 83 cm (achthoekig).
Gemäldegalerie, Staatliche Museen zu Berlin, Preussischer Kulturbesitz, Berlijn.


Van Gelders speculaties over de twee achthoekige weduweportretten leidden tot allerlei verwarring. Peter-Raupp noemde het Berlijnse portret van Amalia de tweede versie, aangebracht in 1651-1652 over het eerste, direct op het gewelf aangebrachte portret en het portret van Amalia met de schedel, op basis van Van Gelders artikel, een derde versie uit de achttiende eeuw; een mening die herhaald werd in de Honthorst-monografie van Judson en Ekkart.7  Hierin werd het portret van Amalia met de schedel niet opgenomen als een van Van Honthorsts bijdragen aan de Oranjezaal, maar het portret uit Berlijn wel. Deze auteurs zagen bij hun datering over het hoofd dat het Berlijnse schilderij linksonder 1650 gedateerd is, zoals Brenninkmeyer-De Rooij terecht opmerkte.8 
Brenninkmeyer-De Rooij wees er bovendien terecht op dat er afgezien van het ongewone formaat van het Berlijnse portret geen enkel aanknopingspunt is waaruit zou blijken dat dit portret ooit bovenin de koepel van de Oranjezaal zou zijn aangebracht. Ook haalt zij een gedicht van Jan Zoet aan dat in 1675 werd gepubliceerd, waarmee weerlegd wordt dat het portret van Amalia met schedel pas in de achttiende eeuw werd vervaardigd en in de Oranjezaal geplaatst. Zoet zegt namelijk het volgende over Amalia’s portret in de koepel: ‘De Hemel, of Kupola, beschildert, in het midden, d’Afbeeldinge van haere Hooghd. hebbende een Doodshoofd in ‘er hand’.9 

Onderzoek tijdens de restauratie van de Oranjezaal toonde evenwel dat het argument van Jan Zoets beschrijving minder waterdicht is dan het op het eerste gezicht lijkt.10  De röntgenopname van het Berlijnse portret toont namelijk dat onder het ovale portretje van Frederik Hendrik een schedel schuilgaat (fig. 3). Ook in het verfoppervlak is de doorschemerende ronde vorm van de schedel te zien, evenals de twee vingers van Amalia’s hand waarmee zij de schedel aanvankelijk vasthield en een stuk van haar kleding. Dit betekent dat de twee portretten van Amalia als weduwe in Berlijn en in Den Haag oorspronkelijk identiek waren. Theoretisch kan Jan Zoet dus ook het Berlijnse paneel in de koepel hebben gezien in plaats van de Haagse versie.

cat_nr_42_fig_3.JPG
fig. 3. Röntgenopname
Gerard van Honthorst, Portret van Amalia van Solms als weduwe, 1650. Paneel, 85 x 83 cm (achthoekig).
Gemäldegalerie, Staatliche Museen zu Berlin, Preussischer Kulturbesitz, Berlijn.


De vraag is nu wanneer en door wie de overschildering van de schedel op het Berlijnse paneel is aangebracht, door Gerard van Honthorst zelf of door iemand anders? Als het inderdaad tóch het Berlijnse paneel was dat Zoet in 1675 vermeldde, dan zou dit jaartal een terminus post quem  zijn voor het overschilderen van het schedel. Daarmee zou het portretje van de stadhouder nooit een eigenhandige overschildering kunnen zijn, omdat Van Honthorst toen reeds was overleden. Stilistisch onderzoek toont echter dat dit portretje wel degelijk door Van Honthorst is geschilderd, of door een kundige medewerker uit zijn werkplaats. De fijne penseelvoering en het kleurgebruik komen geheel overeen met de wijze waarop het gezicht van Amalia is uitgevoerd op ditzelfde schilderij. Daarmee is Van Honthorsts sterfdatum van 27 april 1656 een terminus ante quem voor de toevoeging van het portretje, wat impliceert dat Zoet het Haagse weduweportret met schedel in de koepel moet hebben gezien.

Ook het Haagse portret van Amalia met schedel zal zeker uit Van Honthorsts atelier stammen, al lijkt het niet door de meester zelf te zijn gemaakt. De ogen, mond en neus zijn volgens dezelfde formules geschilderd als de andere portretten uit Van Honthorsts werkplaats en dat geldt eveneens voor de wijze waarop de natte verf is verdreven. Typerend voor die werkwijze is ook de toevoeging van organisch rood aan de huidtinten en in het oogwit, en vooral in de halfschaduwen van de huidtinten wat azuriet (40/3, 40/5). De grondering van het paneel, die loodwit, omber en fijn zwart bevat, lijkt bovendien op die van de andere schilderingen in de zaal. Kortom, alles wijst erop dat het Haagse paneel voor de Oranjezaal is vervaardigd, mogelijk al in 1650, het ontstaansjaar van het Berlijnse paneel. Dat het destijds al bestemd was om hoog in de koepel te hangen valt af te leiden uit de geringe detaillering van Amalia’s gezicht in vergelijking met haar portretten in Van Honthorsts lager geplaatste schilderijen (cat. nrs. 26 en 35). Ook de keuze voor de alla prima-uitvoering wijst erop dat de schilder bewust rekening hield met de grote afstand tot de beschouwer.

Wat zou de reden kunnen zijn geweest om het Portret van Amalia van Solms als weduwe met schedel over het portret met loshangend haar in de koepel te plaatsen? Hoewel uit Zoets gedicht en andere vroege beschrijvingen valt op te maken dat het portret met schedel de versie van Amalia met loshangend haar op het hout van de koepel al spoedig definitief verving, lijkt dit oorspronkelijk niet de bedoeling te zijn geweest. Bij het onderzoek tijdens de restauratie bleek dat de trompe-l’oeil-schilderijlijst om het portret van Amalia met loshangend haar diverse malen was overschilderd, terwijl het paneel met Amalia als weduwe deze lijst (afgezien van de uiterste rand) volledig afdekt. Dit wijst erop dat dit paneel diverse malen is gedemonteerd en teruggeplaatst en dat vanwege de hierdoor ontstane beschadigingen bijwerken van de trompe-l’oeil-lijst nodig was. In dat geval zou het weduweportret als gelegenheidsportret kunnen zijn bedoeld, vervaardigd om bijvoorbeeld alleen op de sterfdag van Frederik Hendrik of bij bepaalde plechtigheden in de zaal te hangen.11  Dit zou ook kunnen verklaren waarom de trompe-l’oeil-schilderijlijst om het portret van Amalia met loshangend haar diverse malen is overschilderd, terwijl het paneel met Amalia als weduwe deze lijst (afgezien van de uiterste rand) volledig afdekt: bijwerken kan nodig zijn geweest om beschadigingen in de trompe-l’oeil-lijst als gevolg van het demonteren en terugplaatsen van het paneel weg te werken. Voor de stelling dat het achthoekige paneel als een gelegenheidsportret bedoeld was spreekt ook het argument dat men, wanneer men Amalia permanent als weduwe in de koepel had willen weergeven, de kleding van het eerste portret op de planken van de koepel ook eenvoudig had kunnen overschilderen. Van Honthorst zou het geen enkel probleem hebben gevonden om Amalia desgewenst van andere kledij te voorzien: haar japon en mantel in zijn Huwelijk van Frederik Hendrik en Amalia van Solms (1651, zie cat. nr. 26) werd immers nog in een laat stadium sterk aangepast.



[1]

Deze tekst is mede gebaseerd op het onderzoek van Jolanda de Bruijn (De Bruijn 2001).

[2]

Weduwekoorden komen op nog diverse andere voorwerpen voor die voor Amalia werden vervaardigd na de dood van Frederik Hendrik: Schacht en Meiner 1999, cat nr. 5/25, p. 128; Baarsen 2007, p. 68.

[3]

Slothouwer 1946, p. 189.

[4]

Peter Raupp 1980, p. 172; Judson 1956, p. 120; Judson 1959, p. 122-23. Judson, cat. nr. 177, in: Judson en Ekkart 1999, p. 155, dateerde het portret kort vóór 1647; Schacht en Meiner 1999, cat. nr. 5/12. p. 119.

[5]

Dit portret werd samen met cat. nr. 42 onderzocht door Jolanda de Bruijn in het kader van haar doctoraalscriptie: De Bruijn 2001.

[6]

Van Gelder 1946, pp. 56-57, al merkte hij op dat het voor zo’n grote hoogte wel erg minutieus is geschilderd. Van Gelder schreef het Berlijnse paneel toe aan Van Honthorst of een van diens assistenten, waarmee hij de toeschrijving van dit werk in de toenmalige museumcatalogus aan Gerards broer Willem corrigeerde. In zijn publicatie van 1949, p. 154, nam Van Gelder echter de toeschrijving aan Willem van Honthorst toch weer, zij het met voorbehoud, over. De toeschrijving aan Willem van Honthorst wordt herhaald door De Jongh 1986, p. 23.

[7]

Peter-Raupp 1980, p. 172; Judson, cat. nr. 178, in: Judson en Ekkart 1999, p. 156.

[8]

Brenninkmeyer-De Rooij 1982, p. 148.

[9]

Zoet 1675, pp. 177-190, vooral p. 178.

[10]

Dit onderzoek werd uitgevoerd door Jolanda de Bruijn in het kader van haar doctoraalscriptie samen met de restauratoren in de zaal; zie De Bruijn 2001. 

[11]

Hypothese van Willem Haakma Wagenaar, met dank voor de inspirerende gesprekken over de betekenis van de twee portretten in relatie tot de rest van de koepelschildering.

Datum laatste wijziging: Jun 02, 2015 11:16 AM